Wij herinneren ons 9 november: De dag van de "Nationale Erhebung" in München

"De mannen die in 1923 vielen, waren de eerste martelaren van onze zaak. Hun offer heeft ons de kracht gegeven om door te vechten." - Adolf Hitler

De negende november is een belangrijke datum in de geschiedenis van de nationale beweging. Op deze dag vonden diverse cruciale gebeurtenissen plaats:

9 november 1918: De Novemberopstand in Kiel, die leidde tot de val van het keizerrijk, de nederlaag in de wereldoorlog, en het schanddiktat van Versailles.
9 november 1923: De mars naar de Feldherrnhalle in München.
9 november 1938: De moord op de Duitse gezant in Parijs, diplomaat Von Rath, door joodse terroristen.
9 november 1989: De val van de Berlijnse Muur, die het begin van de ineenstorting van de "Duitse Democratische Republiek" inluidde en leidde tot de hereniging van Duitsland.

Voor ons is vooral de negende november 1923 van belang: de dag van de "Nationale Erhebung". Dit jaar is het tachtig jaar geleden dat deze revolutie begon, met als doel de misdadige Novemberopstand van 9 november 1918, toen de marxist Scheidemann in Berlijn de republiek uitriep, symbolisch uit te wissen in München.

Hoewel "9 november" om tal van redenen in ons geheugen gegrift staat, valt de negende november 1923 op door een bijzonder detail: eigenlijk begon het allemaal op de avond van de achtste, in de Bürgerbräukeller in München, waar de Beierse staatsregering een bijeenkomst had georganiseerd. De regeringsleider Von Kahr en andere monarchisten wilden deze dag herdenken als waarschuwing, waarop vijf jaar eerder, op 7 november 1918, de marxisten in München de Sovjetrepubliek in Beieren hadden uitgeroepen, als voorbode van de Novemberopstand in Kiel twee dagen later.

Het plan van de Führer was om deze herdenking om te buigen en de macht in Beieren over te nemen, desnoods met geweld, om vervolgens naar het rode Berlijn te marcheren. Gezien de gespannen situatie in Beieren was het niet ondenkbaar dat een dergelijke "mars op Berlijn" (naar analogie van Mussolini's mars op Rome een jaar eerder) op steun kon rekenen van de Beierse regering, de eenheden van de Reichswehr, en de duizenden gedemobiliseerde soldaten, die gehard in de wereldoorlog, zonder toekomstperspectief rondhingen in de straten van München, vervuld van revanchegevoelens en wachtend op een kans om terug te slaan. De praktisch onomstreden leider van dit verbitterde legioen van jonge oorlogsveteranen was inmiddels de korporaal uit de wereldoorlog, Adolf Hitler, geworden. Hij was een van hen, ontslagen uit het leger in de chaos na de Novemberopstand van 1918, een eenvoudige soldaat, maar onderscheiden met het EK1 (Eisernes Kreuz, eerste klas), een onderscheiding die voor gewone manschappen ongebruikelijk was. Hitler bleek al snel een "uitstekend" soldaat te zijn en keerde in 1919 terug in dienst, belast door de leiding van de Reichswehr in Beieren met het observeren van het nationale kamp. Al snel ontdekte men bij de Reichswehr-staf zijn retorisch talent en werd men onder de indruk van het meedogenloze radicalisme van zijn ideeën, evenals van zijn onvoorwaardelijke inzet voor de nationale revolutie tegen het joodse bolsjewisme, dat zich inmiddels meester had gemaakt van Berlijn.

De "Hitler-beweging" kon in Beieren rekenen op aanzienlijke aanhang. Hitlers grote redenaarstalent en de radicale eenvoud van zijn wereldbeschouwing trokken veel mensen aan. In 1923 telde de NSDAP in Beieren 50.000 leden. Hitlers redevoeringen zorgden voor volle zalen en – iets wat in München geen andere agitator lukte – zelfs voor een uitverkocht Zirkus Krone (meer dan 3000 plaatsen). Bovendien slaagde hij erin om constant in het nieuws te blijven, hetzij door provocaties, hetzij door ongeregeldheden. De Sturmabteilung (SA), bestaande uit uiterst loyale en toegewijde gedemobiliseerde veteranen en jonge mannen uit de onderste sociale klasse, speelde een centrale rol in het beveiligen van eigen bijeenkomsten tegen verstoringen en in het onmogelijk maken van vijandige bijeenkomsten, als generale repetitie voor de naderende nationale revolutie.

Zowel de officiële politiek als de leiding van de Reichswehr in Beieren begonnen zich al snel te interesseren voor dit machtspotentieel. De Reichswehr was immers volgens de door de geallieerden opgelegde bepalingen van het schanddiktat van Versailles gedwongen haar sterkte tot 100.000 man terug te brengen. Het was dus logisch om de organisaties van oorlogsveteranen en de paramilitaire eenheden te gebruiken als een soort heimelijke Kampfreserve, als de "Schwarze Reichswehr". Door bemiddeling van Reichswehrkapitein Ernst Röhm – een loyale strijdmakker van de Führer – werd de SA een vast onderdeel van de veld oefeningen van de Beierse Reichswehr onder leiding van generaal Von Lossow. Bovendien werd de SA van wapens voorzien, die op creatieve wijze verborgen werden gehouden voor de geallieerde wapeninspecteurs. Deze geheime samenwerking gaf de Führer een middel in handen om druk uit te oefenen op de Beierse regering. Wat zou de reactie zijn in Berlijn of Parijs als deze feiten aan het licht kwamen? Zou de Reichswehr dan ook tegen Beieren marcheren, zoals het in 1923 deed tegen Saksen en Thüringen, waar coalitieregeringen van USPD (linkse socialisten) en KPD (communisten) begonnen waren met het bewapenen van arbeiders? Of zou er een bezetting door de geallieerden volgen? Feit is dat in Beieren werd opgeroepen tot een storm op Berlijn.

De bezetting van het Ruhrgebied door Franse en Belgische troepen vanaf januari 1923 bracht de situatie in München tot een kookpunt. De druk om het door de rijksregering in Berlijn uitgeroepen "passieve verzet" om te zetten in "actie" nam enorm toe, vooral na het aftreden van rijkskanselier Cuno en het beëindigen van het "passieve verzet" in het Rijn- en Ruhrgebied in september. (Leuze:” Schlagt Poincaré (Franse president) an der Ruhr und Cuno an der Spree !”)

Ondertussen raasde de inflatie verder en veranderde in een hyperinflatie. In december 1923 was één dollar vier miljard rijksmark waard; een krant kostte maar liefst 1,5 miljoen mark. De psychologische impact van deze inflatie is vandaag de dag nauwelijks nog te begrijpen. Niet alleen geld, maar ook alle waarden werden waardeloos. Het jaar 1923 maakte het Duitse volk rijp voor zowel een nationale revolutie als een communistische coup. De gehate Weimarrepubliek leek ten einde.

De hyperinflatie en het bedrog dat ermee gepaard ging, verhitten de gemoederen in München tot het kookpunt. De Beierse staatsregering riep na het afbreken van de Ruhrkampf de staat van beleg uit, en Ritter Von Kahr vestigde als "Generalstaatskommissar" de dictatuur. Onder dit vaandel probeerde men de nationale paramilitaire organisaties te verenigen en tegelijkertijd te controleren. De nationale weerkorpsen waren "nuttige idioten" in het kader van een verwachte "Mars op Berlijn". Von Kahr, Von Lossow en Von Zeisser (chef van de staatspolitie) volgden precies deze strategie. Had de chef van de generale staf van de Reichswehr, generaal Von Seeckt, begin november groen licht gegeven, dan was er al een putsch ondernomen. Het zou dan wel een monarchistische putsch zijn geworden, met hulp van paramilitaire eenheden rond generaal Von Ludendorff en Adolf Hitler, die zich in januari 1923 hadden verenigd in de "Kampfbund" onder leiding van Ludendorff, de held uit de wereldoorlog, om Duitsland te bevrijden van de marxistische pest. Maar de generale staf in Berlijn achtte de tijd nog niet rijp, en de Beierse minidictator Von Kahr zag zich gedwongen om de kolkende massa's in bedwang te houden, terwijl hij tegelijkertijd hun bruikbaarheid voor de toekomst wilde verzekeren. Het is waarschijnlijk dat Von Kahr van plan was om op 8 november, ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van de proclamatie van de Sovjetmacht in Beieren, een signaal in deze richting af te geven. De Führer vermoedde echter deze tweesporenstrategie; hij voorzag dat hij tussen de fronten zou belanden en in de strijd tussen Reichswehr en de Beierse staatsregering verpletterd zou worden. Bovendien stond hij onder druk van zijn aanhangers, die voortdurend aandrongen op actie. Daarom probeerde hij de gelegenheid te benutten en Von Kahrs optreden in de Bürgerbräukeller te gebruiken om de revolutie te ontketenen.

De gebeurtenissen: Von Kahr houdt een toespraak in een tot de nok toe gevulde Bürgerbräukeller. Plotseling, tegen 20:30 uur, verschijnen geüniformeerde personen bij de ingang en brengen een zwaar machinegeweer in stelling. De Führer begeeft zich, omringd door zijn lijfwacht, door de zaal naar het sprekerspodium en vuurt een schot in de lucht. Zijn lijfwacht commandeert in het Beiers "Ruhig bleiben, die Reichswehr ist da!" – kalm blijven, het rijksleger is hier! Dit alles gebeurt volgens plan. De geschiedenis die daarna volgt, is minder bekend: Von Kahr probeert tijd te winnen en een slag van het zwaard van Damocles af te wenden. De Führer richt een pistool op zijn borst en beveelt: "Eure Zeit ist um!". Uiteindelijk bereiken de gebeurtenissen op de ochtend van de negende november hun climax op de Odeonsplatz, voor de Feldherrnhalle, waar de politie het vuur opent en de revolutie neerslaat.

Waarom deze herinnering aan de negende november 1923? Zoals de toenmalige leiding van de NSDAP al vreesde: de revolutie in München werd een mislukking. Na het neerslaan van de opstand werden de Führer en zijn medestrijders gearresteerd, Ludendorff werd voorgeleid voor een rechtbank in München en later weer vrijgelaten. Het proces tegen Hitler vond in 1924 plaats, en hij werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, waarvan hij slechts acht maanden uitzat in de Festung Landsberg. In deze tijd schreef hij zijn boek "Mein Kampf".

De revolutionaire beweging was echter nog niet ten einde: ondanks de nederlaag in München bleef de NSDAP bestaan, hoewel het eerste SA-bataljon dat aan de Putsch had deelgenomen, ontbonden werd. Hitler reorganiseerde de beweging in de jaren die volgden, waarbij hij zich richtte op legale middelen om de macht te veroveren. Uiteindelijk leidde dit tot de Machtergreifung in 1933. De negende november 1923 was dus slechts het begin van een lange weg naar de overwinning van de nationale revolutie.

Tijdens de staatsgreep werd nagelaten om de telefooncentrale van de Reichswehr onder controle te brengen. Hoewel kapitein Röhm met zijn mannen de kazernes van de Reichswehr bezette, bleef de telefooncentrale ongemoeid. Hierdoor kreeg Von Lossow de gelegenheid om per telefoon Reichswehreenheden uit andere delen van Beieren te alarmeren. Rond middernacht wist de Führer dat de actie was mislukt. Toch besloot hij in de ochtend van de negende november naar de Feldherrnhalle te marcheren, in de hoop de massa's op straat mee te slepen en zo alsnog het tij te keren.

Tweeduizend bewapende mannen begonnen in de middag van de negende november vanuit de Bürgerbräukeller aan hun mars richting Feldherrnhalle. Langs de route juichte de menigte de deelnemers toe. Op de Odeonsplatz, midden in het centrum van München, stuitten ze op een cordon van de Beierse Staatspolitie. Plotseling werd er geschoten. In de daaropvolgende kogelregen sneuvelden veertien nationaalsocialisten en één politieman. Generaal Ludendorff en enkele andere leiders van de mars werden ter plekke gearresteerd; anderen wisten te ontkomen, waaronder ook de Führer, zij het gewond. De volgende dag werd ook hij gearresteerd en naar de vesting Landsberg am Lech gebracht.

Velen dachten dat hiermee de "Hitler-Beweging" ten einde was gekomen, maar dat bleek niet het geval. Ondanks zijn radicalisme en ruwe optreden bleef de Führer in nationaalgezinde kringen in Beieren op veel steun rekenen. Dit weerspiegelde zich in het vonnis van het Staatsgerichtshof, dat de agitator weliswaar tot vier jaar detentie in de vesting Landsberg veroordeelde, maar hem een urenlange verdedigingsredevoering toestond en uiteindelijk ten goede hield dat hij uit echte bezorgdheid om Duitsland en uit onbaatzuchtige opofferingsgezindheid jegens het Reich en de Duitse natie had gehandeld. In de kogelregen voor de Feldherrnhalle, zo stelde de Führer later terugblikkend vast, werd de Beweging "in bloed aaneengesmeed". Het "Bloedoffer" van de op 9 november 1923 gevallen kameraden was, zo vervolgde de Führer, ongeëvenaard als "soldatische Opfertod für die Nation". Hoewel het openbaar herdenken van de gevallenen voor de Feldherrnhalle tijdens de jaren van de "Weimarrepubliek" officieel verboden bleef, werden de gebeurtenissen van 9 november 1923 steeds beschreven als een belangrijk moment in het leerproces van de völkische beweging. In zijn column in de Völkische Beobachter van 9 november 1925 concludeerde de Führer dan ook:

"De woordbreuk (begaan door de Beierse staatsregering) en het verraad van 9 november 1923 openbaarden een rotheid in het 'nationale' kamp, die in niets, maar dan ook in niets, onderdeed voor de rotheid van de revolte van november 1918... Angstaanjagend duidelijk werd dat met de leiders van de 'nationale' reactie het Duitse volk evenmin te redden viel als met de misdadigers die ons in november 1918 in het verderf stortten."

Deze, welhaast profetische, woorden van de Führer hebben nog niets aan actualiteit ingeboet. De 9e november 1923 leert ons: De reactie is onze doodsvijand! Daarom: Nooit meer een pact met de reactie!

  • Terug naar artikelen