Dodenherdenking, de schaduwzijde van de "bevrijders"
Terwijl in Nederland de discussie gaande is of de dodenherdenking op 4 mei een joods privilege moet zijn en of "foute" Nederlandse en Duitse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog al dan niet mogen worden herdacht, ontbreekt een kritische blik op onze zogenaamde "bevrijders." Waren deze bevrijders wel zo brandschoon als men ons vandaag de dag wil doen geloven? Kunnen we überhaupt spreken van “goede” en “foute” mensen, of worden we geconditioneerd om zo te denken?
Velen van ons zijn bekend met het verwoestende bombardement op Dresden in de nacht van 13 op 14 februari 1945. Onder leiding van Winston Churchill en de Britse luchtmaarschalk Arthur "Bomber" Harris werd de bevolking van Dresden moedwillig gebombardeerd. Het doel was om zoveel mogelijk burgerslachtoffers te maken en zo de Duitsers te "demoraliseren." De eerste aanval werd uitgevoerd door 244 Lancaster-bommenwerpers van de Britse Royal Air Force. De Havilland Mosquitos van RAF-groep nr. 8 (Pathfinder) markeerden de doelen met rode signalen. Daarna volgden luchtmijnen die op de grond explodeerden en daken vernietigden met krachtige schokgolven. Vervolgens werden nog eens 3900 ton aan brandbommen en brisantbommen afgeworpen om “het werk af te maken.” Tijdens dit verschrikkelijke inferno vonden tienduizenden onschuldige Duitse mannen, vrouwen en kinderen de dood.
Vaak horen we dat dit misdadige bombardement door de geallieerden gerechtvaardigd zou zijn als een "noodzakelijke reactie" om nazi-Duitsland op de knieën te dwingen en als tegenwicht voor de gruweldaden van het Derde Rijk. Toch kenden geallieerde oorlogsmisdadigers als Winston Churchill en Arthur Harris al een lange, maar relatief onbekende voorgeschiedenis van agressie, wreedheden en massamoord op onschuldige burgers. Hun misdaden zijn grotendeels weggeschreven uit de geschiedenis door een leger van Anglo-Amerikaanse historici, journalisten en politici. Deze verborgen geschiedenis vormt een belangrijke les voor de 21e eeuw, waarin het Britse imperialisme heeft plaatsgemaakt voor een even gewelddadig en vernietigend Anglo-Amerikaans imperialisme, dat niet onderdoet voor de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.
Churchill was al langer vertrouwd met de wreedheden van het Britse imperialisme. Als soldaat was hij gestationeerd in Zuid-Afrika tijdens de Britse genocide op het Boerenvolk. Tussen 1899 en 1902 stierven meer dan 28.000 onschuldige vrouwen en kinderen uit de Oranje Vrijstaat en Transvaal door ziekte en hongersnood in Britse concentratiekampen. In 1915 was Churchill verantwoordelijk voor de noodlottige Dardanellen-campagne tegen het Ottomaanse Rijk, die uiteindelijk leidde tot de Armeense genocide.
Het precedent voor het inferno van Dresden kan worden gevonden in Irak. Na de val van het Ottomaanse Rijk bezetten de Britten in 1917 Irak. Het verzet van de Arabische en Koerdische volkeren groeide uit tot een massale opstand voor nationale bevrijding in 1920. Om deze opstand te onderdrukken, namen de Britten steeds hardere maatregelen, waaronder het gebruik van gifgas. Winston Churchill – destijds koloniaal secretaris – en Arthur Harris waren beiden voorstanders van bombardementen op de opstandelingen in hun dorpen en steden. Harris verklaarde: “De Arabieren en Koerden weten nu wat bombardementen werkelijk betekenen in termen van slachtoffers en schade. In 45 minuten kan een volledig dorp worden vernietigd en een derde van de inwoners gedood.” Churchill voegde daaraan toe: “Ik begrijp de bezwaren tegen het gebruik van gas niet. Ik ben een groot voorstander van het gebruik van gifgas tegen onbeschaafde stammen.” Irak werd hiermee een laboratorium voor nieuwe wapens: napalm, fosforbommen, luchtmijnen, brisantbommen en granaatkartets werden voor het eerst door de Britten gebruikt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Churchill een belangrijke rol in de onderdrukking van Brits-Indië en de Bengaalse Holocaust (1942-1945). Onverzettelijk blokkeerde hij voedselhulp aan de hongerige hindoes en moslims in Bengalen, Assam, Bihar en Orissa om strategische redenen, om zo de Japanse opmars te stuiten. Deze opzettelijke hongersnood leidde tot de dood van 6 tot 7 miljoen onschuldige mensen. Deze gebeurtenis, die behoort tot de ernstigste oorlogsmisdaden in de geschiedenis, is in tegenstelling tot de zogenaamde joodse Holocaust echter grotendeels uit de westerse geschiedenis “verdwenen.”
Churchill had gelijk toen hij stelde dat de overwinnaars de geschiedenis schrijven. Het is echter cruciaal te erkennen dat genegeerde geschiedenis kan leiden tot herhaling ervan. De misleidende visie op de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog en het koloniale verleden hebben geleid tot een vertekend beeld van de realiteit. De wereld lijdt nog steeds onder imperialisme, oorlog, hongersnood en armoede. We kunnen de leugens van oorlogsstokers en imperialisten niet langer negeren; hun verwoestende beleid is doorgegaan tot in de 21e eeuw. Waarheidsvinding en een nuchtere kijk op de geschiedenis zijn daarom van fundamenteel belang voor iedereen die geïnteresseerd is in de ware feiten. Stilte betekent medeplichtigheid, dus weerleg de leugens van deze imperialistische oorlogsstokers!