Gebod VIII. Wees zwijgzaam!
Na alle eerdere, zeer fundamentele en betekenisvolle eisen aan de politieke soldaat, lijkt de plicht tot discretie op het eerste gezicht minder belangrijk. Voor wie echter zelf in de praktische revolutionaire strijd staat en de noodzaken en problemen van de strijd goed kent, is eerder het tegenovergestelde waar!
Kletserigheid, opschepperij en geroddel bedreigen vaak genoeg het succes van een politieke strijdgroep en kunnen zelfs leiden tot verlamming of uiteenvallen ervan. Juist omdat kameraden deze gevaren vaak onderschatten en deze plicht, in tegenstelling tot andere, als onbelangrijk zien, en een overtreding ervan niet als ernstig beschouwen, is dit een groot probleem.
De vijand probeert altijd infiltranten bij ons binnen te krijgen, en omdat er hiertegen geen sluitende bescherming bestaat, vormen opschepperij en ondoordacht gepraat over acties een directe bedreiging voor betrokken kameraden. Dergelijk gedrag helpt de vijand om onze interne organisatie, de belangrijkste leiders, en zwakke plekken te doorgronden, zodat hij zijn tegenmaatregelen beter kan treffen.
Ook binnen de groep zelf is roddel – vooral in de vorm van geruchten over persoonlijke zwakheden en het privéleven van kameraden – schadelijk. Het vergiftigt de sfeer en bedreigt de onderlinge kameraadschap. Roddel, loslippigheid en opschepperij over eerdere acties hebben de vijand zeker meer geholpen dan onderdrukkingsmaatregelen of zelfs opzettelijk verraad.
Vaak ligt er geen kwade opzet aan dit gedrag ten grondslag en beseft de kameraad meestal niet dat zijn gedrag de beweging schaadt. Des te belangrijker is het voor de leiders en onderleiders om hun kameraden hierop te wijzen en, indien nodig, krachtig in te grijpen. De hardnekkige opschepper en de beroepsroddelaar horen net zo min thuis in een groep politieke soldaten als de verrader, de zelfzuchtige egoïst of de lafaard. Natuurlijk kan de leidende kameraad alleen succes boeken tegen loslippigheid als hij zelf het goede voorbeeld geeft. Pas wanneer leiding en volgelingen de betekenis van discretie voor het revolutionaire werk gezamenlijk inzien, kan de gemeenschap van politieke soldaten uitgroeien tot een echt revolutionaire strijdmacht.
In een dergelijke strijdmacht moet gelden: Niemand hoeft meer te weten dan nodig is voor het uitvoeren van zijn taak. Dit geldt zowel voor een vaste taak – bijvoorbeeld het leiden van een afdeling of een functie binnen de beweging – als bij een eenmalige opdracht die de beweging heeft gegeven. Na de uitvoering van een opdracht wordt erover gerapporteerd aan de bevoegde bewegingafdeling, en daarmee is de zaak afgedaan. Meningsverschillen over de juistheid van een genomen besluit blijven achterwege; de beweging beveelt, de politieke soldaat gehoorzaamt. Hij draagt naar buiten de beweginglijn uit zonder, door mogelijke afwijkende persoonlijke opvattingen, andere kameraden of zelfs de buitenwereld te verontrusten.
Voordat een besluit wordt genomen, kan de leidende kameraad de mening van andere kameraden inwinnen, vooral van hen die door kennis of rang wellicht waardevolle bijdragen kunnen leveren. Daarna beslist hij. Wat hij niet doet, is vooraf met allerlei kameraden te spreken over mogelijke scenario’s, risico’s en kansen van een besluit, om vervolgens misschien niets of iets totaal anders te ondernemen.
Een politieke soldaat die suggesties, ideeën, problemen of twijfels heeft, richt zich tot een meerdere indien die aanwezig is, anders aan zijn directe kameraden. Hij legt deze alles voor, aanvaardt dan diens besluit en handelt overeenkomstig. De politieke soldaat roddelt niet over kameraden of leidinggevenden. Heeft hij kennis van specifieke feiten die hij schadelijk acht voor de beweging, dan meldt hij dit aan de bevoegde bewegingafdeling en aanvaardt het besluit dat daarover genomen wordt.
Al deze maatregelen zijn erop gericht om de bewegingleiding een onverwoestbaar, vastberaden en eensgezind revolutionair zwaard te bieden, waarmee het systeem overwonnen en de Nieuwe Orde bevochten kan worden. De beweging onderdrukt de persoonlijkheid van de strijders niet, maar ze eisen van hen wel de volledige overwinning op burgerlijke zwakheden en liberale gewoonten. Tot deze eisen behoort zeker, en niet in de laatste plaats, de plicht tot discretie!