Islam en secularisme

Door Dagmar van Rijsel, rond 2005 is dit artikel in het tijdschrift BBET gepubliceerd

Een belangrijk geluid van de zionistenvrienden in hun campagne om in het Westen begrip, geld en troepen te genereren voor hun bezetting en agressie in Palestina, is het verspreiden van bijzonder vreemde analyses over de zogenoemde islamitische wereld, waarmee we de landen bedoelen waarvan de meerderheid van de bevolking islamitisch is.

De grondgedachte waarop de zionisten en hun agitators bouwen, is dat de islamitische godsdienst noodzakelijk de grondslag is van het denken van alle moslims, en vooral van politici die behoren tot de islamitische confessie. Deze gedachte verraadt een theocratisch-confessionele geest die van de vele factoren die een groepsidentiteit kunnen vormen, de godsdienst neemt en deze, bewust of onbewust, ondergeschikt maakt aan die ene, voor hem essentiële en centrale, theocratisch-religieus identitaire definitie. De zionistische jood denkt op deze manier. Voor de jood zijn ras, taal, cultuur en vaderland afgeleiden van de godsdienst. Het plaatsen van confessie als een geheel of relatief bijkomstig begrip is hem wezensvreemd. Uiteraard speelt het begrip ras ook een rol in het joodse identitaire denken, doch dit rasbegrip komt uit de joodse heilige schrift, de Talmud, en uit de gehele canon van joodse religieuze literatuur en traditie. Dit pre-moderne rasbegrip heeft geen oorzakelijke band met het Westerse moderne biologische rasbegrip. Eerst komt voor de jood het geloof, en op basis daarvan worden allerlei raciale, taalkundige en culturele definities opgesteld. Een vermenging van pre-modern confessioneel denken met moderne Europese begrippen.

Voor de jood en degenen die door het joodse denken zijn beïnvloed, is een nationaal denken zonder geloof ondenkbaar. Vandaar ook, althans ten dele, de joodse fixatie op het christendom, vooral het katholieke christendom, als bron van antisemitisme, en het volkomen onbegrip voor de gedachte dat er zoiets zou kunnen bestaan als niet noodzakelijk op godsdienstige concepties gebaseerde afweer van de joden, zoals in het pre-christelijke Griekenland en Rome, en in de moderne tijd bij Voltaire, Edmond Druon en Adolf Hitler. Als het zo zou zijn dat politici van islamitische confessie hun geloof op deze wijze laten primeren, zou er sprake zijn van een grote moslimstaat in de gehele wereld (de Staat van de Umma) en zou de islam hoogstens verdeeld zijn op confessionele grondslag, bijvoorbeeld in een soennitisch deel en een sjiitisch deel, of eventueel in een verder verfijnde verdeling in nog enkele subsekten. Het blote feit dat de islamitische wereld verdeeld is in een vijftigtal staten, van Marokko tot Indonesië, weerlegt deze gedachte.

Er zijn enkele islamitische bewegingen en politici die zover willen gaan om uitsluitend het geloof als het identiteitsbepalende element te laten zijn. De Taliban in Afghanistan en de Islamitische Republiek Pakistan lijken enigszins die richting uit te gaan. Maar in het algemeen zijn pogingen om een dergelijk politiek model te realiseren niet erg succesvol. Zelfs het zeer islamitische Saoedi-Arabië heeft naast zijn wahabitische versie van de islam toch ook trouw aan de monarchale clan en het Arabisme als identiteitsbepalende elementen. Regionaal patriottisme, en soms ook trouw aan de regerende dynastie, is naast taalkundig en raciaal nationalisme een belangrijke factor die de identiteit van talloze moslims bepaalt. Slechts in heel bijzondere, vaak tijdelijke, omstandigheden wil de godsdienst primeren. Een voorbeeld is Bosnië-Herzegovina, waar in volle oorlogstijd de reële verschillen met de vele rassen en talen in de Umma naar de achtergrond konden verdwijnen. Veel landen in de islamitische wereld, zoals Irak, steunden evenwel eerder de christelijk-orthodoxe Serven tijdens de NAVO-bombardementen, omdat zij deze door de VS als vijand aangewezen macht toch eerder als strategische vriend zagen. Ook de relatie van het nabijgelegen Albanië met Turkije is zeer wisselend. Het Albanese nationalisme werd in de tijd van het Ottomaanse Rijk, met zijn belangrijke islamitische ideologische onderbouw, ten zeerste en zeer tiranniek bestreden. Nadat dit Ottomaanse Rijk het loodje legde, draaide de Turkse politiek natuurlijk 180 graden om, maar de uitroeiingscampagnes in het begin van de 20ste eeuw van het Ottomaanse gezag tegen Albanese vrijheidsstrijders (ook degenen van islamitische confessie) tonen aan hoezeer het concept van taalkundig nationalisme en regionaal patriottisme bijzonder strijdig kan zijn met het concept van islamitische eenheid. De multiculturele en goed beschouwd ook multiraciale islamstaat Pakistan viel al snel uiteen omdat de raciaal en taalkundig andere Bengalen zich zwaar gediscrimineerd voelden door de West-Pakistaanse politieke leiders. Maleisië, dat altijd sterk de nadruk legt op zijn islam-identiteit, verbindt deze islam-identiteit met het Maleisische volk op basis van taal en ras, en is zeker niet mals voor niet-Maleisische islamitische gastarbeiders.

Hoe fundamentalistisch ook, mag men ten aanzien van de Taliban niet vergeten de sterke Pashtun-inslag van hun regime en de op ras, taal en regionale trouw gebaseerde bezwaren tegen hun bewind van de diverse Afghaanse minderheden. In het naburige Iran kon Khomeini dan wel de islam als enig identiteitsbepalend element uitroepen; feit is dat de Islamitische Republiek Iran net als de USSR onder Stalin in het licht van de politieke realiteit behoorlijke concessies heeft gedaan aan het taalkundige, raciale en regionale nationaliteitsbeginsel. De essentiële tegenstellingen tussen Arabieren, Berbers, Turken, Koerden, Perzen en tussen blanke en gekleurde moslims, tussen talen en rassen, zijn geenszins overbrugd door de islam. Het is niet anders dan onder de christenen, ook onder katholieken, die nooit geaarzeld hebben elkaar, in bondgenootschap met religieuze buitenstaanders, te bekampen. We denken maar aan de Tachtigjarige Oorlog waarin het katholieke Frankrijk, vaak ook met de paus, een essentieel bondgenootschap had met de protestantse, islamitische en orthodoxe vijanden van de Habsburgse katholieke wereldmacht. De protestantse koning-stadhouder Willem III landde in 1688 in Engeland om zijn katholieke schoonvader Jacobus II te bestrijden met de zegen van de paus, die toen toevallig een anti-Franse politiek voerde en de Franse bondgenoot Jacobus II wilde kwetsen. In de "Battle of the Boyne" in 1689 wonnen de door de paus gezegende anti-papisten.

In de wereld van de islam zijn er talloze politici en nationale bewegingen die uiteraard de islam niet frontaal aanvallen en in het openbaar een zekere vroomheid tentoonstellen. In de christelijke wereld handelen politici als Tony Blair, Bill Clinton en Jean-Marie Le Pen niet anders, zonder dat hen fundamentalisme of integrisme kan worden verweten. Religie is nu eenmaal voor iedere politicus een belangrijke factor. Dat is echter een hemelsbreed verschil met de politieke doeleinden van de echte integristen, of ze nu van christelijke of islamitische oorsprong zijn. Wie de essentiële verschillen tussen seculariserende politici als Nasser, Assad, Saddam Hussein en de PLO met de integristen of fundamentalisten niet wil zien, is van kwade trouw of denkt op pre-moderne joodse wijze. Zo iemand denkt op de wijze van de zionisten, zoals de islamisten van het type Taliban, en heeft een theocratische pre-moderne grondhouding.

Het is uiterst belangrijk om de onjuiste denkwijze uit de zionistische koker te bestrijden en daarom dan ook dit artikel, opdat zoveel mogelijk lezers in de brede nationalistische beweging een gezonde en kritische visie kunnen ontwikkelen op de toestand in de wereld.


Baathisten Hafiz al-Assad (Syrië), Saddam Hussein (Irak) en Gamal Abdel Nasser (Egypte).

  • Terug naar artikelen