Punt 17: Landhervorming
Een bijzonder probleemgebied van privébezit is het privébezit van grond en bodem. Het land vormt de voedselbasis van het hele volk en dient als recreatiegebied, een voorwaarde voor de volksgezondheid. Het wordt bedreigd door milieuvervuiling uit eigenbelang en winstbejag, is niet onbeperkt vermeerderbaar, onvervangbaar en daardoor een geliefd object voor speculatie. Daarom eisen wij buitengewoon strenge maatregelen om ook op dit terrein de principes van een socialistische volksgemeenschap door te voeren: de voorrang van volksbelangen en de afschaffing van arbeids- en moeiteloos inkomen. Bodemspeculatie moet in alle vormen worden verhinderd! Ook elke andere vorm van verrijking – zoals door grondrente en pachtopbrengsten – moet onmogelijk worden gemaakt.
Achter deze eis staat de gedachte dat grond en bodem uiteindelijk eigendom van de hele volksgemeenschap moeten zijn en nooit mogen dienen voor de arbeids- en moeiteloze verrijking van individuen. Om dit te garanderen, eisen wij de invoering van wettelijke mogelijkheden voor onteigening zonder vergoeding, waarmee de volksgemeenschap haar eigen levensruimte en voedsel- en levensbasis terugwint. Deze onteigening treft doorgaans iedereen die zonder eigen arbeid inkomsten uit het land haalt. Ook het bezit van grond waarop fabrieken of dergelijke zijn gebouwd, wordt als ongerechtvaardigd gezien. Deze fabrieken mogen in privébezit blijven, maar de grond eronder komt terug aan de gemeenschap en wordt daarna aan de voormalige eigenaar ter beschikking gesteld in de vorm van belastingplichtige gebruiksrechten. In feite is zelfs privébezit van grond voor de bouw van een eigen huis niet zinvol en zou dit vervangen kunnen worden door een gebruiksrecht. Omdat hier echter de individuele volksgenoot door hard werk en te goeder trouw zijn eigendom heeft verworven, wordt doorgaans afgezien van ingrepen, zolang hij dit bezit niet misbruikt voor speculatieve doeleinden. In de toekomst kunnen volksgenoten die een eigendom willen bouwen of kopen echter alleen een gebruiksrecht op grond en bodem krijgen.
In een socialistische volksgemeenschap is privébezit van grond en bodem ethisch alleen gerechtvaardigd voor hen die door eigen harde arbeid de voedselvoorziening van ons volk veiligstellen: onze boeren. Boerengrondbezit blijft behouden en wordt door de volksgemeenschap niet alleen getolereerd, maar van harte gesteund en bevorderd. Het mag ook worden geërfd, om het boerenleven sterker te binden aan de grond en de boerenlevenswijze te behouden. Deze garantie en bevordering van een gezonde boerenstand gaan echter gepaard met een grondige landhervorming, aangepast aan de nationale behoeften. Deze hervorming treft iedereen wiens grondbezit te groot is om het zelf te kunnen bewerken, wat leidt tot misbruik door verpachting voor arbeids- en moeiteloos inkomen, en ook hen die überhaupt niet zelf op het land wonen en werken. Dit land wordt onteigend en verdeeld onder arbeidswillige nieuwe boeren en zij wier grondbezit te klein is om hun bestaan te verzekeren.
Samengevat luidt ons agrarische programma: de oprichting van een gezonde boerenstand door een royale landhervorming, de onderdrukking van arbeids- en moeiteloos inkomen ook op het platteland en via grondbezit, en de instandhouding en bevordering van boerenprivébezit van grond en bodem in lijn met de nationale behoeften. Tot deze nationale behoeften behoort ook een zo hoog mogelijke mate van zelfvoorziening (autarkie) en het tegengaan van internationale invloeden – zoals de Europese-politiek – die hebben geleid tot grotesk wanbeheer op kosten van de Nederlandse boeren.