Punt 20: Herordening van het onderwijsstelsel
De onderwijsdoelen van de nationaalsocialistische volksstaat laten zich samenvatten in twee kernbegrippen: gemeenschapsgevoel en elitevorming.
Wij strijden ervoor om arbeid te vestigen als het fundament van de volksstaat en het arbeiderschap als de leidende levenshouding. Daarom streeft zij naar een onderwijssysteem dat opgroeiende volksgenoten vormt tot arbeiders in de nationaalsocialistische betekenis van het woord. Het onderwijs moet zich hierbij niet richten op natuur- en levenvreemde ideologieën of principes, maar op de praktische behoeften van het leven binnen de volksgemeenschap. Zo wordt bij kinderen de wil gewekt om nuttige en onzelfzuchtige leden van hun volk te worden en de plaats in te nemen die past bij hun prestaties, talenten en interesses.
Dit onderwijsproces gaat hand in hand met staatsburgerschapsonderwijs, dat al vanaf de vroege jeugd de gemeenschap niet alleen als een emotionele basis, maar ook als een verstandelijke noodzaak laat erkennen. De positie van een opgroeiende volksgenoot in de volksgemeenschap moet uitsluitend worden bepaald door zijn prestaties, talenten en interesses – niet door verschillen in klasse of stand, noch door familiale of financiële belemmeringen. Op elk niveau streeft de nationaalsocialistische volksstaat naar elitevorming: niet alleen op intellectueel gebied, zoals in de staatsleiding, bewegingleiding, economie en wetenschap, maar ook in het handwerk, de arbeidersklasse en alle andere domeinen. Overal moeten topprestaties worden geleverd en een elite worden gevormd, steeds gebaseerd op de drie genoemde pijlers: prestaties, talenten en interesses.
Om dit te waarborgen, moeten bijzonder getalenteerde kinderen zo vroeg mogelijk onder de hoede van de gemeenschap worden genomen, ondersteund en hun opleiding door de staat gefinancierd worden, voor zover hun ouders dit financieel niet aankunnen. Hiervoor worden elitescholen opgericht als onderwijsinstellingen voor de volkse leiding op alle terreinen, gebaseerd op kosteloos gemeenschapsonderwijs – denk aan de Nationaal-Politieke Opvoedingsinstellingen, Adolf Hitler-Scholen en Ordensburchten uit het Derde Rijk. Maar ook alle andere scholen worden ingericht volgens het prestatieprincipe en zullen getalenteerde kinderen gericht bevorderen. Uiteindelijk moet dit ervoor zorgen dat alléén bekwaamheid en ijver bepalen wie tot de volkse elite en de nationale leiding behoort!
Samen leiden deze twee pijlers van het nationaalsocialistische onderwijsbeleid tot de vorming van een mensentype dat al zijn innerlijke talenten en interesses volledig kan ontplooien en deze onbaatzuchtig in dienst stelt van de gemeenschap. Zo ontstaan vrije, maar vrijwillig volkgebonden en volkse arbeiderspersoonlijkheden – mensen die beantwoorden aan de oproep van de Führer om ‘de hoogste belichaming van de waarde van ras én persoonlijkheid’ te worden, of, in de woorden van Oswald Spengler, niet alleen ras zíjn, maar ook ras hébben. Dit laatste beschouwde hij terecht als een voorwaarde en levensnoodzaak voor een hoogcultuur.