Punt 5: Vreemdelingenwetgeving voor alle niet-Nederlanders
Volgens het nationaalsocialistische wereldbeeld kunnen in principe alleen volksgenoten het staatsburgerschap van een nationaalsocialistische Nederlandse staat verkrijgen of behouden. Wat een Nederlandse volksgenoot precies inhoudt en welke maatregelen nodig zijn om de Nederlandse volkse identiteit te beschermen tegen raciale omvolking, werd in Duitsland reeds uitgewerkt in de Neurenbergse rassenwetten van 1935. De Führer, Adolf Hitler, heeft destijds het Duitse volk in zijn politieke testament dringend opgeroepen deze wetten strikt na te leven, en zij blijven voor de ons bindend. Dit betekent dat na een machtsovername door de nationaalsocialstische beweging alle niet-Nederlanders die in Nederland wonen – ook zij die hier geboren zijn – evenals alle mengelingen in de zin van de Neurenbergse rassenwetten, in beginsel hun Nederlandse staatsburgerschap verliezen en onder een vreemdelingenwetgeving vallen.
Hierbij laat de nationaalsocialistische beweging zich leiden door de overtuiging dat rassen en volkeren biologisch van elkaar verschillen en daarom het recht hebben om zich volgens hun eigen aard te ontplooien en de mogelijkheid moeten krijgen dit te verdedigen. De houding van de nationaalsocialist en zijn beweging jegens een niet-Nederlandser wordt niet gekenmerkt door afwijzing, haat of minachting, maar door respect voor diens volkse identiteit, gecombineerd met de vastberadenheid om het eigene te bewaren! De vreemdelingenwetgeving is dan ook niet gedreven door de intentie om vreemde volkse identiteiten te kleineren, maar heeft als doel het Nederlandse volk te beschermen en het vreemde de kans te bieden zijn eigenheid te behouden!
Een natie heeft twee opties om haar vreemdelingenwetgeving vorm te geven. Zij kan uitgaan van de blijvende aanwezigheid van gesloten vreemde bevolkingsgroepen binnen haar levensruimte en deze groepen passende rechten toekennen om een gescheiden ontwikkeling van de daar levende volkeren of bevolkingsgroepen mogelijk te maken – dit geldt voor zogenaamde immigratielanden. Anderzijds kan zij ernaar streven de permanente vestiging van vreemde volkse identiteiten in haar levensruimte te verhinderen en niet-Nederlanders die daar verblijven als tijdelijke gasten beschouwen. Het dichtbevolkte Nederland, dat in zijn levensruimte al verminkt en tot een krappe ruimte beperkt is, kan duidelijk geen immigratieland zijn! Daarom kiezen wij voor een vreemdelingenwetgeving die niet steunt op minderheidsrechten, maar op het beginsel van gastrecht!
Wij staan niet vijandig tegenover vreemdelingen of buitenlanders. Zij verwelkomen gasten uit de hele wereld in Nederland. Maar een gast komt wanneer hij welkom is, blijft zolang hij gewenst is, en vertrekt voordat hij de gastheer tot last wordt! Wij zullen dus geen vestiging van gesloten vreemde bevolkingsgroepen in Nederland dulden en zal deze ongedaan maken waar ze al heeft plaatsgevonden! Zij verwacht van alle niet-Nederlanders die tijdelijk in Nederland studeren, werken, wonen of asiel genieten, dat zij zich als gast van het Nederlandse volk gedragen, zich daarnaar schikken en het gastrecht niet misbruiken of opvatten als een uitnodiging tot blijvende vestiging!
Deze opmerkingen gelden zonder uitzondering ook voor joden die in Nederland wonen. Het nationaalsocialisme richt zich niet tegen de individuele jood, die het als lid van een vreemd volk met hetzelfde respect behandelt als elk ander, maar tegen het streven naar wereldheerschappij van het zionisme, dat de georganiseerde macht van het wereldjodendom vertegenwoordigt.