Punt 13: Nationalisatie
Het marxisme beschouwt privébezit van productiemiddelen als het grootste struikelblok voor de opbouw van een socialistische samenleving. Het verklaart uitbuiting met het concept van ‘meerwaarde’, die kapitalisten zouden behalen door de arbeid van werknemers te benutten, waarbij de winst van de ondernemer steevast groter is dan de lonen die hij voor die arbeid betaalt. Deze theorie is echter niet sluitend: niet de meerwaarde, maar de zinsknechtschap vormt de werkelijke bron van uitbuiting. Zij zorgt ervoor dat niet alleen de arbeider, maar de hele volkseconomie wordt uitgeknepen ten gunste van verborgen financiële machten.
Privébezit van productiemiddelen vormt evenmin een obstakel voor de opbouw van het Nederlandse socialisme. Echt socialisme steunt niet op gelijkheid, maar op rechtvaardigheid! Het is dan ook niet het doel van een socialistische volksgemeenschap om alle sociale lagen en inkomensverschillen weg te werken. Het streven naar welvaart en bezit is zeker een ethisch gerechtvaardigde drijfveer voor de volkseconomie, zolang dit niet ten koste gaat van het algemeen welzijn of wordt bevorderd door arbeids- en moeiteloos inkomen. Wij keren ons niet tegen privébezit, ook niet tegen dat van productiemiddelen. Zij heeft evenmin bezwaar als een ondernemer uit zijn bedrijf een inkomen haalt dat in verhouding staat tot zijn prestaties. De nationaalsocialistische volksstaat stelt inkomensgrenzen vast, zowel naar boven als naar beneden, die voldoende ruimte bieden om een volksgenoot – ondernemer of niet – te stimuleren tot maximale inzet voor de volksgemeenschap, maar die tegelijkertijd het ontstaan of voortbestaan van sociale klassen tegengaan.
Bovendien richt de nationaalsocialistische volksstaat zijn controle niet op het eigendom, maar op de beschikking over productiemiddelen. Dit betekent dat een ondernemer de zeggenschap over zijn bedrijf behoudt zolang hij het leidt in lijn met de belangen van de volksgemeenschap en de economische plannen van de staat. Als zijn handelen hiermee botst of zijn prestaties tekortschieten, neemt een staatscommissaris tijdelijk de leiding over, totdat de ondernemer bereid is op de juiste manier te werken of totdat hem via nationalisatie ook het bezit van de productiemiddelen wordt ontnomen. Zulke ingrepen zijn echter uitzonderlijk, omdat het onwaarschijnlijk is dat een ondernemer bewust dergelijke overheidsmaatregelen uitlokt.
De nationaalsocialistische volksstaat stuurt de volkseconomie met behulp van economische planning, maar niet met de gedetailleerde plannen zoals in marxistische staten, die elk eigen initiatief verstikken. In plaats daarvan volgt zij een kaderplan gebaseerd op het principe: men plant niet wat men kán plannen, maar wat men móét plannen. Om dit kaderplan uit te voeren, heeft de nationaalsocialistische volksstaat directe invloed op de economie nodig, zonder steeds te hoeven teruggrijpen op het ingewikkelde middel van het aanstellen van staatscommissarissen. Daarom is het essentieel dat sleutelgebieden van de volkseconomie in staatsbezit overgaan en zo rechtstreeks beïnvloedbaar worden. Dit betreft allereerst alle financiële ondernemingen, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen, aangezien de staat volledige controle moet hebben over alle valutagebieden en financiën.
Verder eisen wij de nationalisatie van alle reeds beursgenoteerde bedrijven, omdat hun vaak anonieme eigendomsstructuren een bedreiging vormen voor de vrijheid van de volkseconomie. Dit gevaar is des te groter omdat bij deze bedrijven toch al geen duidelijk privébezit meer bestaat dat als drijfveer kan dienen – de leiding ligt hier niet langer bij een dynamische ondernemerspersoonlijkheid, maar bij een management dat losstaat van aandeelhouders en dergelijke. Bovendien gaat het meestal om grote ondernemingen die zowel volkseconomisch als economisch-politiek van belang zijn, en waarover de nationaalsocialistische volksstaat volledige controle nastreeft om de economie te sturen.
Kortom, de nationaalsocialistische volkseconomie combineert een deels private en deels genationaliseerde structuur, geleid door een algemene kaderplanning. Verantwoord toegepast privébezit van productiemiddelen behoudt echter zijn plaats, zolang het niet indruist tegen de belangen van de volksgemeenschap. Bedrijven in duidelijk privébezit – vooral in de zelfstandige middenstand – worden niet alleen niet aangevallen, maar ontvangen als motor van de volkseconomie bijzondere steun van de nationaalsocialistische volksstaat.