Punt 14: Winstdeling

“Wij eisen winstdeling bij grote bedrijven.”

De nationaalsocialistische beweging steunt de vorming van privébezit, mits dit niet leidt tot scherpe klassenscheidingen of de belangen van de volksgemeenschap schaadt. In het bijzonder wil zij de vermogensopbouw van de gewone volksgenoot bevorderen, op een manier die klassenscheidingen afbreekt in plaats van versterkt en de volksgemeenschap ten goede komt in plaats van benadeelt. Met dit doel eisen wij winstdeling bij grote bedrijven. Deze beperking tot grote bedrijven komt voort uit het feit dat kleine en middelgrote ondernemingen, die doorgaans in duidelijk privébezit zijn en als zodanig worden beschermd, onaangetast blijven. Om rechtvaardigheid binnen de volksgemeenschap te waarborgen, zorgt de nationaalsocialistische staat echter via wettelijke compensatiemaatregelen ervoor dat ook volksgenoten die niet bij grote bedrijven werken, delen in het volksvermogen.

De winstdeling bij grote bedrijven richt zich vooral op de reeds beursgenoteerde ondernemingen die de nationaalsocialistische volksstaat nationaliseert. Winstdeling is alleen zinvol als participatie in het productieve vermogen van het bedrijf, omdat dit de band van de arbeider met zijn werk versterkt en zijn persoonlijke belang bij het succes ervan aanwakkert – zijn aandeel in de winst hangt immers af van de daadwerkelijk behaalde resultaten. Alle genationaliseerde bedrijven die aanzienlijke winst maken, worden daarom zo snel mogelijk opnieuw vergezeltschaft. Ditmaal worden de aandelen als onvervreemdbaar eigendom van het productieve vermogen verdeeld: de helft gaat naar de werknemers, de andere helft naar de Nationaal Arbeidsfront. Zo worden de bedrijfsgemeenschap en de NAF gezamenlijk eigenaar van het bedrijf. Deze regeling geldt niet voor financiële ondernemingen of bedrijven met een algemeen nut die noodgedwongen min of meer verlieslatend opereren. Voor de daar werkenden worden wettelijke compensatieregelingen getroffen om ook hen te laten delen in het volksvermogen.

In de nationaalsocialistische volksstaat blijft de beschikking over productiemiddelen – behalve in uitzonderlijke gevallen – gekoppeld aan privébezit. Voor de grote bedrijven die in arbeiderseigendom overgaan, betekent dit dat de bedrijfsgemeenschap en de NAF de zeggenschap krijgen, aangezien zij de eigenaars worden. Winstdeling leidt dus onvermijdelijk tot medeverantwoordelijkheid van de volksgenoot voor zijn bedrijf. Deze verantwoordelijkheid wordt uitgeoefend via ondernemingsraden, wier bevoegdheden worden uitgebreid en die worden samengesteld op basis van een derde-bewegingenpariteit: een derde van de leden wordt benoemd door de staat, een derde door de Nationaal Arbeidsfront als beschermheer en belangenbehartiger van alle Nederlandse arbeiders, en een derde wordt direct gekozen door de werknemers van het bedrijf.

Om te voorkomen dat andere arbeiders achtergesteld worden, wordt een vergelijkbare medeverantwoordelijkheid ingevoerd bij genationaliseerde en particuliere bedrijven vanaf een nog vast te stellen grootte. Bij genationaliseerde bedrijven heeft de ondernemingsraad dezelfde samenstelling als bij de vergezeltschapte bedrijven in arbeiderseigendom. Bij particuliere bedrijven bestaat de ondernemingsraad voor een derde uit vertegenwoordigers van de ondernemer, een derde uit de Arbeidsfront en een derde uit de werknemers. Zo wordt de vermogensopbouw van de volksgenoot gecombineerd met zijn medeverantwoordelijkheid en winstdeling in het volksvermogen, wat bijdraagt aan de versterking van een echte volksgemeenschap.



Punt 15: Ouderdomsvoorzieningen. Lees meer