Punt 16: Bevordering van de middenstand
Wij zien in privébezit en het natuurlijke winststreven van de mens de motor van een gezonde volkseconomie. Zij strijdt alleen voor het vaststellen van inkomensgrenzen naar boven en beneden om scherpe klassenscheidingen te voorkomen of te doorbreken, voor de consequente afschaffing van alle arbeids- en moeiteloze inkomens, en ervoor dat privébezit het algemeen welzijn niet ondermijnt. Verder pleit zij voor het behoud van privébezit – ook van productiemiddelen onder de bekende beperkingen – en voor een royaal salaris voor volksgenoten die op hun plaats uitzonderlijke prestaties leveren. Wie door hard werk welvaart heeft opgebouwd en daar verantwoordelijk mee omgaat, heeft niets te vrezen!
Wij willen echter niet alleen zuurverdiende privévermogens behouden, maar ook de vorming van privébezit op bredere schaal stimuleren – bijvoorbeeld via winstdeling voor arbeiders in grote bedrijven en andere vormen van deelname aan het volksvermogen. Als beweging van de Nederlandse volksgemeenschap richten wij onze aandacht niet alleen op de volkse elite en de vaak benadeelde massa van loontrekkenden in het kapitalisme, maar zet zij zich ook krachtig in voor de instandhouding en bevordering van een gezonde middenstand. Een gezonde middenstand vormt een krachtbron voor de volksgemeenschap.
Ons pleidooi voor de middenstand is vaak verkeerd begrepen, waardoor sommigen de beweging zelfs als een kleinburgerlijke middenstandsbeweging wilden bestempelen – een werkelijk grotesk misverstand! In werkelijkheid bestrijden wij met kracht alle gevaren en tendensen die leiden tot de proletarisering van de middenstand. Een middenstand die vermalen wordt tussen een profijtbeluste bovenlaag en een uitgebuite arbeidersklasse zou een ramp zijn voor de volksgemeenschap en de weg banen voor de meedogenloze, zelfvernietigende klassenstrijd waarop marxisten zo gretig wachten. De vernietiging van de middenstand zou de immense opvoedingsarbeid van de nationaalsocialistische beweging richting een volksgemeenschap ernstig bemoeilijken, zo niet onmogelijk maken.
Het behoud van de middenstand biedt echter de bovenlaag een voorbeeld en een waarschuwing om de band met het volk niet te verliezen en niet tegen diens belangen in te gaan, terwijl het de arbeidersklasse hoop geeft dat zij door eigen werk en met steun van het sociale programma van onze beweging ook welvaart kan bereiken. In die zin streven wij inderdaad naar een volksgemeenschap die steunt op de middenstand, waarin de leidende laag en de arbeidersklasse geen afgescheiden klassen vormen die óf in luxe zwelgen óf in armoede verzinken, maar een dynamische gemeenschap zijn met vloeiende overgangen. Toch zijn wij geen kleinburgerlijke middenstandsbeweging, maar een nationaalsocialistische arbeidersbeweging: even vastberaden als zij de proletarisering van de middenstand tegengaat, voorkomt zij ook de verburgerlijking van de arbeidersklasse! De middenstand die wij nastreven, is niet langer burgerlijk, maar doordrongen van het ethische principe van het arbeiderschap: arbeid voor de volksgemeenschap! De term ‘middenstand’ verwijst dus naar een gewenste inkomens- en vermogenspositie, maar niet naar een voorbeeldige levenshouding. De middenstand moet economisch worden behouden en bevorderd, maar in zijn levenswijze opnieuw worden gevormd door het arbeiderschap. Wij zien in de middenstand het economische ruggengraat en in de arbeidersklasse het ethische ruggengraat voor de opbouw van een ware volksgemeenschap.
Een essentieel onderdeel van de middenstand is het volkseconomische domein van klein- en middenhandel en de meest uiteenlopende dienstverlening. Juist dit domein is sterk vatbaar voor de verleiding tot een parasitaire levenswijze. Niet voor niets staat de ‘handelaar’ vaak tegenover de ‘arbeider’ als stereotype tegenbeeld. Toch zijn zelfstandige handel en dienstverlening belangrijk voor de volksgemeenschap. Maar net als elke andere laag in ons volkskorps moeten zij zich schikken onder het onwrikbare principe van arbeid, dat de nationaalsocialistische volksstaat zal doorvoeren. In de nieuwe orde zal ook de handelaar en kleine ondernemer een arbeider worden voor en in de volksgemeenschap. Onder deze voorwaarde wordt hij, door de eisen in punt 16, economisch gestabiliseerd en erkend als een gewaardeerd lid van de volksgemeenschap. Elke burgerlijke houding of zelfs parasitaire uitspattingen zal hij dan allang hebben overwonnen om een echte volksgenoot te worden. In deze zin strijdt de nationaalsocialistische arbeidersbeweging voor de Nederlandse middenstand!