Punt 23: De culturele revolutie

“Wij eisen de wettelijke strijd tegen de bewuste politieke leugen en haar verspreiding door de pers.”

Om de oprichting van een Nederlandse pers mogelijk te maken, eisen wij dat: a. alle redacteuren en medewerkers van kranten die in het Nederlands verschijnen, volksgenoten moeten zijn; b. niet-Nederlandse kranten voor hun verschijning uitdrukkelijke toestemming van de staat nodig hebben en niet in het Nederlands mogen worden gedrukt; c. elke financiële deelname aan of beïnvloeding van Nederlandse kranten door niet-Nederlanders wettelijk wordt verboden, en wij eisen als straf voor overtredingen de sluiting van zo’n krantenbedrijf en de onmiddellijke uitzetting van de betrokken niet-Nederlanders uit het rijk.

Kranten die het algemeen welzijn schaden, moeten worden verboden. Wij eisen de wettelijke strijd tegen kunst- en literatuurstromingen die een ontbindende invloed uitoefenen op ons volksleven, en de sluiting van evenementen die tegen bovengenoemde eisen ingaan.

De laatste, maar allerminst onbelangrijke, van de vier vrijheden die essentieel zijn voor een vrij en natuurlijk voortbestaan en een hogere ontwikkeling van ons volk, is de vrijheid van de volkse cultuur. Want wat heeft het voor zin om de vrijheid van de volkseconomie, de rechtspraak en de volksverdediging te bevechten als de Nederlanders niet langer Nederlands kunnen denken en voelen doordat hun cultuur wordt verwoest door vreemde invloeden en leugens?

Tegen deze ontbinding van de nationale cultuur en vóór haar bevrijding van internationale invloeden zet de Nederlandse culturele revolutie zich in, met de beweging als haar vaandeldrager. Al in de strijdperiode richt deze revolutie zich tot de gezonde massa’s van het volk en enthousiasmeert hen voor direct verzet tegen de symptomen van decadentie en de daarmee gepaard gaande omvolking van de Nederlandse cultuur. Zij keert zich tegen alle ontaarde stromingen in kunst, literatuur, theater en muziek, maar ook tegen uitingen in het dagelijks leven, zoals de promotie van rassenvermenging, pornografie en meer. De Nederlandse culturele revolutie staat alleen dat toe wat past bij de geest en ziel van de nationale cultuur en deze versterkt; zij vernietigt alles wat de Nederlanders vervreemdt van hun eigenheid en dit wil ontbinden ten gunste van een uniforme, materialistische wereldbeschaving!

Na de nationaalsocialistische revolutie wordt de strijd van de Nederlandse culturele revolutie voor de vrijheid van een natuurlijke en soortgebonden cultuur ook met wettelijke middelen voortgezet. In punt 23 van haar bewegingprogramma eisen wij daarom de wettelijke strijd tegen kunst- en literatuurstromingen die een ontbindende invloed uitoefenen op ons volksleven! Hiermee wordt de koers van de Nederlandse culturele revolutie helder uiteengezet: deze eis is vervuld wanneer alle ontbindende en vreemde invloeden zijn uitgeschakeld en een Nederlandse cultuur weer onvervalst het Nederlandse denken en voelen weerspiegelt en aanzet tot verdere verheffing.

In de moderne tijd hebben massamedia de grootste invloed op de nationale cultuur van ons volk. Zij moeten daarom onder strikte controle komen van de Nederlandse culturele revolutie en haar machtspolitieke arm: de nationaalsocialistische volksstaat. Toen het programma werd opgesteld, ging het vooral om de pers – kranten en tijdschriften – maar inmiddels omvatten de eisen van punt 23 ook radio, televisie en andere media. Van gewillige werktuigen van anti-Nederlandse cultuurvernietiging moeten de massamedia veranderen in instrumenten voor de culturele wedergeboorte van ons volk. Cultuur laat zich echter niet bevelen – zij heeft vrijheid en ruimte nodig voor een lange en vruchtbare ontwikkeling. Daarom onthoudt het bewegingprogramma zich van voorschriften over hoe een soortgebonden cultuur eruit moet zien en richt het zich enkel op het bestrijden van wat die ontwikkeling bedreigt of in gevaar brengt.

Punt 23 noemt als zulke bedreigingen enerzijds de ‘ontbindende invloed op ons volksleven’, die voortkomt uit de materialistische minuswereld in het algemeen, en anderzijds de ‘bewuste politieke leugen’. Dit suggereert dat de culturele ontbinding deels een onbedoeld gevolg is van de onderwerping van het Nederlandse culturele leven aan de materialistische wereldbeschaving, maar dat ons volk ook bewust door anti-Nederlandse leugens systematisch van zijn eigen aard wordt vervreemd. Daarom eisen wij de consequente verwijdering van alle anti-Nederlandse krachten uit de massamedia en verbiedt zij elke invloed door deelname of financiële betrokkenheid van volksvreemde elementen, evenals de verspreiding van niet-Nederlandse media in de Nederlandse taal. Zo wordt het Nederlandse culturele leven bevrijd van alles wat zijn natuurlijke ontplooiing in de weg staat, en worden de voorwaarden geschapen voor het opbloeien van een nieuwe hoogcultuur en de wedergeboorte van de Nederlandse en Europese volks- en rassenziel!



Punt 24: Volksbelang vóór eigenbelang. Lees meer