Punt 4: Volkstoebehoren en staatsburgerschap
Een volk vormt een organische gemeenschap van mensen met hetzelfde bloed, verbonden door een gedeelde taal, cultuur en geschiedenis. Het volk is een natuurlijke eenheid waarin de mens door het lot wordt geboren en waarin zijn persoonlijkheid zich vormt en voltooit. De wil tot volksgemeenschap – een rustige, zelfbewuste trots op de eigenheid en het wezen van het eigen volk, gepaard met de vastberadenheid om het eigen, kleine ik ondergeschikt te maken aan het behoud en de ontplooiing van dat volk – geeft het menselijk leven zin en waarde. Buiten zijn volk leidt de mens een bestaan dat uiteindelijk asociaal is, in strijd met de natuur en vijandig aan het leven zelf. Daarom verlangt het nationaalsocialisme van elke volksgenoot dat hij zich inzet en werkt voor de volksgemeenschap. De nationaalsocialistische beweging neemt de taak op zich om tegengestelde opvattingen te bestrijden en mensen op te voeden tot bewuste volksgenoten!
Een volksgemeenschap waarvan de leden hun volkse identiteit omarmen, zich inzetten voor het behoud en de ontplooiing van hun soort en zich bewust schikken in die gemeenschap, noemen wij een natie. Anders dan een volk is een natie geen natuurlijke, maar een culturele gemeenschap – een wilsgemeenschap! Hoewel alle naties wilsgemeenschappen zijn, rusten ze niet allemaal op het idee van volkse identiteit. Sommige naties stoelen op een religieuze of ideologische overtuiging, op politieke of economische machts- en organisatiewil, of zelfs enkel op de afwijzing van naburige naties. Het nationaalsocialisme verwerpt al deze grondslagen – en alle andere denkbare – categorisch, omdat ze een kloof scheppen tussen natuurlijke en culturele gemeenschappen en de mens zo vervreemden van een leven dat in harmonie is met zijn aard en natuur. Deze vervreemding tast identiteit, karakter en levenszin aan.
Het nationaalsocialisme pleit niet voor een ‘terug naar de natuur’, maar streeft naar cultuur en ziet de gave om cultuur te scheppen als een natuurlijke aanleg die de biologische essentie van de mens kenmerkt. Het stelt echter wel dat culturele gemeenschappen moeten voortbouwen op natuurlijke fundamenten, dat er geen vervreemding tussen beide mag ontstaan, en dat alle culturele inspanningen gericht moeten zijn op het behoud en de ontplooiing van de natuurlijke gemeenschap: familie, volk en ras! Daarom houdt het nationaalsocialisme vast aan de eis dat een natie steunt op een gesloten volksgemeenschap!
De wil tot gemeenschap – de natie – stelt een volk in staat te overleven en zich verder te ontwikkelen; zij vormt daarvoor de noodzakelijke basis. Deze wil brengt machtspolitieke structuren voort, zoals staatsmiddelen, om dat doel te dienen. Het bestaan van de staat is geen doel op zichzelf en mag dat ook nooit worden. De staat dient er enkel toe om de wilsgemeenschap van de natie de middelen te verschaffen waarmee zij het behoud en de ontplooiing van haar volkse identiteit kan waarborgen. De enige ethisch gerechtvaardigde staat is dus de nationale staat. Hij kan en mag zijn machtsmiddelen alleen geheel of gedeeltelijk overdragen aan bovenstatelijke structuren – en een natie kan en mag alleen afzien van een eigen nationale staat – als die bovenstatelijke structuren zelf rusten op gesloten volksgemeenschappen en een krachtig kader vormen waarin alle betrokken naties volgens hun aard en natuur kunnen leven en groeien. Dit is wat wij nastreven met het Vierde Rijk, terwijl wij onder anderen de huidige Europese Unie, die dient als instrument om gewortelde volkeren te vernietigen en een rasvermengde eenheidsmens en gestandaardiseerde kapitalistische consumptierobot te bevorderen, resoluut afwijzen!
De verbondenheid met een natie wordt vastgelegd door het staatsburgerschap. Naties die niet steunen op het idee van gesloten volksgemeenschappen handelen bij het toekennen of intrekken van burgerschap vrij willekeurig: zij tellen hoofden zonder oog voor het wezen van de mens. Maar een natie die de wilsgemeenschap van een volkse identiteit belichaamt, kan door haar uitgangspunten in principe alleen volksgenoten als staatsburgers erkennen. Zij verlangt van alle volksgenoten dat zij zich schikken in de volksgemeenschap en ervoor werken. Dit kan zij noch eisen noch verwachten van iemand van een vreemd volk, en daarom verleent zij hem ook geen staatsburgerschap!
Tegenwoordig kan iemand meerdere nationaliteiten hebben, maar men kan slechts tot één volk behoren! In het nationaalsocialisme vloeit het staatsburgerschap dan ook in beginsel uitsluitend voort uit volkstoebehoren! Onder bepaalde omstandigheden kan iemand uit deze natie worden uitgesloten als hij als Nederlander ernstig tegen zijn volk zondigt. Stand, vermogen, religie of geloofsovertuiging spelen echter geen enkele rol bij de rechten en plichten van het staatsburgerschap; alleen de verbondenheid met het Nederlandse volk is doorslaggevend. Het jodendom is echter geen geloofsovertuiging, maar een volk met een eigen nationale religie – men kan slechts tot één volk behoren. Joden zijn niet blank, niet Germaans en zijn dus ook geen Nederlanders!