Punt 8: Terugkeer van buitenlanders

“Verdere immigratie van niet-Nederlanders moet worden voorkomen. Niet-Nederlanders die sinds augustus 1914 in Nederland zijn binnengekomen, moeten onmiddellijk het land verlaten.”

In de afgelopen decennia zijn, onder druk van kapitalistische winstbelangen en krachten die baat hebben bij omvolking, vermenging en de uiteindelijke vernietiging van de Nederlandse volkse identiteit, miljoenen buitenlanders de Bondsrepubliek binnengestroomd, met het gevaar dat zij zich hier blijvend vestigen. Terwijl de economie haar kortzichtige en volksvijandige belang bij uitbuiting en loondruk toont door goedkope arbeidskrachten te importeren en zelfs werkloze buitenlanders hier wil houden als industriële reserve en pressiemiddel tegen de Nederlandse arbeider – die uit angst voor baanverlies zijn belangen niet meer durft te verdedigen – hebben de achtergrondmachten (wereldwijde haute finance, wereldjodendom, wereldvrijmetselarij en anderen) allang door dat alleen rasvermengde bevolkingen, beroofd van hun volkse identiteit, en wereld-eenheidsmensen tot gemakkelijk manipuleerbare consumptierobots kunnen worden omgevormd. Volkse gemeenschappen die zelfbewust en blank zijn, vormen een bedreiging voor hun machtspositie! Daarom stimuleren zij de massale immigratie van vreemd-volkse mensen en creëren zij kunstmatige minderheidsproblemen in steeds meer volksgemeenschappen van het blanke ras.

Hier tegenover staat de nationaalsocialistische beweging, die in lijn met de wil van het Nederlandse volk vastbesloten is de omvolking te stoppen en terug te draaien! De eerste stap is het verhinderen van verdere immigratie van niet-Nederlanders: er mogen geen nieuwe verblijfsvergunningen worden afgegeven en geen verdere naturalisaties van vreemd-volkse mensen plaatsvinden. Als tweede stap worden verblijfsvergunningen van werkloze buitenlanders en niet-werkende familieleden bij het verstrijken niet verlengd, en worden permanente verblijfsvergunningen ingetrokken. In overeenstemming met de belangen van de Nederlandse volkseconomie worden ten slotte ook aflopende verblijfsvergunningen van werkende buitenlandse arbeiders in principe niet verlengd, zodat geleidelijk de massa niet-Nederlanders wordt gedwongen de Nederlandse levensruimte te verlaten. Daarnaast zullen alle naturalisaties of hernaturalisaties van vreemd-volkse mensen sinds 8 mei 1945 worden herzien en in principe worden ingetrokken.

Deze terugkeer van buitenlanders zal op humane wijze, maar met vastberadenheid, stapsgewijs plaatsvinden, zodat binnen een overzichtelijke periode het aantal buitenlanders wordt beperkt tot hen wier verblijf in het nationale belang is of dat op zijn minst niet schaadt. Wij strijden zeker niet tegen elk Chinees restaurant, elke Turkse shoarmazaak, elke vertegenwoordiger van een bevriende natie die hier studeert of elke buitenlander die vanwege een met onze ideeën verwante of niet-tegensprekende overtuiging vervolgd werd en hier asiel zoekt. Doorslaggevend is dat de levensbelangen van de Nederlandse natie en de individuele volksgenoot altijd vooropstaan en dat de vestiging van gesloten vreemde bevolkingsgroepen strikt wordt voorkomen of ongedaan gemaakt.

Als ons het beruchte argument wordt voorgehouden dat dit niet kan omdat ‘wij ze immers zelf hebben binnengehaald’, dan luidt ons antwoord: het Nederlandse volk heeft niet om deze buitenlanders gevraagd. Ze werden binnengehaald door een economie die de naam ‘volkseconomie’ niet meer verdient, omdat zij in haar uitbuitende winstbejag allang elk besef van het algemeen welzijn heeft verloren. Na een overwinning van het nationaalsocialisme mogen de verantwoordelijken gerust samen met de door hen binnengehaalde buitenlanders vertrekken – maar dan wel zonder hun opgehoopte vermogens mee te nemen.

En als men zegt: zonder buitenlandse arbeiders stort onze volkseconomie in en bovendien wilden Nederlanders toch geen ‘vuile arbeid’ doen, dan is ons antwoord even helder: geen enkele arbeid die essentieel en noodzakelijk is voor het leven van een volksgemeenschap is ‘vuile arbeid’! Wij maken een einde aan de minachting voor fysieke, ‘lage’ of ‘vuile’ arbeid en aan de vaak overdreven waardering voor veelal onproductieve ‘intellectuele’ arbeid. Zij beoordeelt niet het ‘wat’, maar het ‘hoe’ van arbeid: wie zijn voor de volksgemeenschap noodzakelijke werk goed en gewetensvol uitvoert, verdient erkenning, respect en een rechtvaardige beloning, ongeacht of die arbeid fysiek of mentaal, ‘schoon’ of ‘vuil’ is. Sterker nog: wie zulke ‘vuile’ arbeid plichtsgetrouw verricht, verdient vaak grotere erkenning en zal die in de Nederlandse volksstaat ook ontvangen.

Ten slotte wijzen wij erop dat elk volk recht heeft op de welvaart die het zelf verdient – niet op wat het anderen voor zich laat doen! Als de volkse arbeidsinspanning echt niet volstaat om de bereikte levensstandaard te handhaven, moet die standaard dalen totdat hij overeenkomt met de geleverde arbeid van de volksgenoten – maar niet kunstmatig worden opgeblazen of in stand gehouden door de uitbuiting van vreemd-volkse mensen! Het idee dat dit ijverige en arbeidsbekwame Nederlandse volk onder nationaalsocialistische leiding niet door eigen arbeid een passende en zelfs hogere levensstandaard zou kunnen bereiken, lijkt absurd.

In de nationaalsocialistische volksstaat is er geen excuus meer om arbeid door vreemden te laten verrichten en geen achterdeurtje voor aanhoudende omvolking, rasvermenging en volksvernietiging. De punten 4 tot en met 8 van het bewegingprogramma van de Nationale Volks Socialisten vormen de raciale eisen van de beweging. Zij dienen de vernieuwing van het rassenbewustzijn in het Nederlandse volk. Deze eisen zijn vervuld wanneer de Nederlandse volksgenoten zich weer bewust zijn van hun volkse identiteit, wanneer de Nederlandse natie door nationaalsocialisten wordt geleid in het belang van het leven van het Nederlandse volk en de individuele volksgenoot, wanneer elke vestiging van vreemde bevolkingsgroepen in de Nederlandse levensruimte betrouwbaar wordt voorkomen, alleen nog Nederlanders het Nederlandse staatsburgerschap bezitten en alle overgebleven buitenlanders vallen onder een vreemdelingenwetgeving die als tijdelijk gastrecht wordt opgevat. Daarvoor strijden wij!



Punt 9: Rechten en plichten van de volksgenoot. Lees meer